Transportglossarium: begrippen rond direct transport
Van FTL tot cabotage – de belangrijkste begrippen uit het Europese directe vervoer, compact uitgelegd door het CityFreight-team.
Direct transport
Bij direct transport rijdt één voertuig exclusief voor één zending van afzender naar ontvanger – zonder overslag en zonder tussenstops op hubs. Dat minimaliseert de transittijd en het schaderisico, omdat de lading na het laden niet meer wordt aangeraakt.
FTL (Full Truck Load)
Een volle lading benut het hele voertuig: tot 33 europallets, 13,6 laadmeter en circa 24 ton laadvermogen in een standaard trekker-oplegger. FTL rijdt altijd rechtstreeks – ideaal voor grote zendingen met een vaste deadline.
Exclusieve rit
Het voertuig rijdt uitsluitend voor één klant, ongeacht of de laadvloer vol is. U betaalt voor het voertuig, niet voor het volume – in ruil daarvoor bepaalt u route, tijdstip en afhandeling.
Groupage
Veel kleine zendingen van verschillende klanten worden via overslagterminals gebundeld. Goedkoper dan een exclusieve rit, maar trager en met meervoudige handling – het tegenmodel van direct transport.
Laadmeter
Eén meter laadvloer over de volledige breedte van het voertuig. Een trekker-oplegger heeft 13,6 laadmeter; een dwars geladen europallet neemt er 0,4 in beslag. In laadmeters wordt berekend hoeveel ruimte een zending in het voertuig inneemt.
GPS-tracking
De live-locatiebepaling van het voertuig tijdens het transport. U ziet op elk moment waar uw zending zich bevindt en krijgt realistische aankomsttijden – bij tijdkritische directe ritten de standaard.
Cabotage
Binnenlands vervoer door een in het buitenland geregistreerde vervoerder. Binnen de EU toegestaan, maar begrensd: maximaal drie ritten binnen zeven dagen na een grensoverschrijdende lossing.
CMR-vrachtbrief
De internationale vrachtbrief voor het wegvervoer. Hij documenteert afzender, ontvanger, goederen en de staat bij overname, en regelt de aansprakelijkheid van de vervoerder met 8,33 bijzondere trekkingsrechten per kilogram.
Dubbele bemanning
Twee chauffeurs wisselen elkaar af, waardoor het voertuig zonder rusttijdpauzes doorrijdt. Op trajecten boven circa 700 kilometer de legale manier om 's nachts non-stop door te rijden – bijvoorbeeld Berlijn–Milaan in één keer.
Ladingzekering
Het vorm- en krachtgesloten zekeren van de lading met spanbanden, antislipmatten en hoekbeschermers volgens EN 12195. De verlader is verantwoordelijk voor een transportveilige, de chauffeur voor een bedrijfsveilige belading.
Tolsystemen in Europa
Bijna elk land rekent anders af: kilometerheffing voor vrachtwagens in Duitsland en Oostenrijk, vignetten in Zwitserland, tolstations in Frankrijk, tolvrije snelwegen in de Benelux. Alle tolkosten zijn in de vaste prijs inbegrepen.
Incoterms
De internationaal genormeerde leveringsvoorwaarden. Ze regelen wie het transport, de verzekering en de douane organiseert en betaalt – van EXW (koper haalt af fabriek af) tot DDP (verkoper levert ingeklaard tot aan de deur).
Eurotunnel & veerdiensten
Voor transporten naar Groot-Brittannië zijn er de Eurotunnel (Calais–Folkestone, ca. 35 minuten) en veerboten (Calais–Dover, ca. 90 minuten). Sinds de Brexit komen daar douaneaangifte en Britse invoerformaliteiten bij.
Palletruil
Het één-op-één terugleveren van ruilbare europallets bij aflevering. Zonder ruilafspraak geldt de pallet als eenmalige verpakking – in het internationale vervoer is ruilen ongebruikelijk en wordt het apart overeengekomen.
Staangeld
De vergoeding voor wachttijd op de laad- of losplaats boven de afgesproken vrije tijd. In het directe vervoer is meestal 60 minuten vrij; daarna wordt per begonnen uur gefactureerd.
Levertijdvenster
Het afgesproken tijdvenster voor de aflevering, bijvoorbeeld bij dockboekingen in de retail. Directe transporten halen tijdvensters aanzienlijk preciezer dan groupage, omdat er geen overslagvariatie bestaat.